Ontdek het vergeten verleden van de Eerste Wereldoorlog
Tavannes Tunnel

Tavannes Tunnel



De gevechten om Verdun begonnen op 21 februari 1916 en eindigde op 15 december 1916 en was een van de meest bloedige uit de geschiedenis van de eerste wereldoorlog.Het was eigenlijk een oorlog in een oorlog. Om 07.15 uur spuwden zo’n 1225 kanonnen hun vuur uit over de Franse linies voor Verdun. Het kanonvuur was zo hevig, dat een onderaards gerommel en gedreun tot op 170 kilometer rond Verdun te horen en te voelen was. De Franse generaal Petain, schatte dat er alleen al op die eerste dag een miljoen granaten werden afgevuurd. De gevechten laaide die dagen hoog op, zo ook bij de oude treintunnel Tavannes.

De Tavannes tunnel is een oude spoortunnel die onder het slagveld door loopt, en is gebouwd in 1874. Het spoor liep van Verdun naar de stad Metz. De tunnel werd tijdens de gevechten gebruikt door de Fransen soldaten als schuilplaats, munitieopslag en hospitaal, dus je kan je wel voorstellen dat veel soldaten daar hun heil zochten tijdens de zware beschietingen en wat voor vreselijke taferelen er zich afspelden. De tunnel heeft een lengte van 1400 meter.
Vorig jaar zijn we er doorheen gelopen (zie reisverslag 2004) en ontdekten na zo’n 200 meter twee grote gaten in het plafond met ijzeren traptreden. De tunnel is zo’n 5 meter hoog dus we kunnen daar niet in kijken waar dat op uit komt. Onze nieuwsgierigheid nam daardoor alleen maar toe dus we besloten om terug te keren met een touwladder. Nu was de tijd daar,en we gingen met uitrusting de tunnel in. Herman heeft gezorgd voor een lange uitschuif stok zodat we een touw om de eerste tree in het gat kunnen gooien. Na een paar pogingen lukte dat ook, aan het touw hebben we de touwladder omhoog gehesen. Rene de kleinste van ons is omhoog gegaan en heeft een foto gemaakt. Waarschijnlijk gaat het hier om springkamers, om ingeval van nood de tunnel te kunnen opblazen. Maar zeker weten doen we het niet.

“Uittreksel uit “Récits et Réflexions dun Combattant”

‘le Tunnel de Tavannes’
Van de tragische plekken die door de oorlog voor altijd bekend zijn geworden, is een van de beroemdste die van de “Tunnel van Tavannes” die nauw verbonden is met de herinnering aan de heroïsche dagen van Verdun. Uit een aangrijpend deel dat door uitgeverij Hachette wordt gepubliceerd in de beroemde collectie “Mémoires et Recits de guerre” halen wij deze bladzijden die op indringende wijze het visioen van deze geheimzinnige en al te vaak sinistere doorgang voor de geest roepen.

Deze tunnel die onder de linies helemaal tot het slagveld doorloopt, is een eigenaardig ding. Het is tegelijkertijd kazemat, magazijn, schuilplaats, loopgraaf en hulppost. Wat een gedrang dan ook vooral op het moment van een actie zoals die van nu. Ik kom aan als men volop met de voorbereidingen bezig is; aanvallen zijn ingezet om de toegangen tot fort Souville een beetje vrij te maken. Zo is dit offensief van de artillerie te verklaren dat ondanks alles niet kan voortduren.

De toegangen worden extra bestookt. De granaten ontploffen in het ravijn met een ongelooflijk lawaai; de ondermijnde en in puin geschoten hellingen brokkelen af. Stukken steen komen tegen het boven gewelf aan. Wee degenen die corvee hebben als die nu passeren. Zoeven was het donderend kabaal van de ontploffingen dusdanig dat ik een soldaat flauw zag vallen alsof hij door de bliksem werd getroffen. Mensen die niets te doen hebben posteren zich bij de uitgang op zoek naar licht en lucht zoals vliegen rond een lamp. Zij blijven op plekken die door zandzakken afgeschermd worden somber, bewegingloos zitten, hurken of liggen. Deze volledige uitputting kom je te midden van de herrie constant tegen. De wilskracht wordt gebroken door het brute geweld en het gelijktijdige lawaai.

Ik had via de andere opening willen zien hoe de Laufée er uitzag maar juist toen ik dichterbij kwam maakte het bombardement op de uitgang iedere nieuwsgierigheid gevaarlijk. Bij dit oostelijke uiteinde is de tunnel in staat van defensie gebracht door wallen van zakken, mitrailleurs en netwerken van ijzerdraad. De ingang is half geblokkeerd door brokstukken die zich elke dag opstapelen en die elke nacht moeten worden verwijderd. Hun artilleristen loeren ook op de aflossing van onze soldaten. Zij weten wellicht dat er nu soldaten aankomen om aan te vallen want de granaten arriveren met de regelmaat van grote golven die bij de ingang van een grot aan zee komen. Een gebulder, een schok, projectielen in een wolk. Daarna valt de golf terug, richt zich weer op en komt bulderend weer tegen de ingang aan.

Tussen twee stortzeeën van ijzer en vuur duiken gedaanten vanuit de eruptie in de tunnel op, arme verwilderde, hijgende en waggelende wezens die in deze plotselinge duisternis opgevangen en begeleid moeten worden. Toen ik mij verwijderde bleef deze stroom van ijzer met de kracht van springvloeden beuken en langs de wanden schenen liggende, slaapdronken soldaten, die door een armzalig licht er nog bleker uitzagen, deze storm, waardoor de schoot der aarde door elkaar werd geschud, niet te horen.

De hele dag, de hele nacht vooral is er een intensief komen en gaan; aanvoer van water, munitie en levensmiddelen; troepen die omhoog gaan, anderen naar beneden, brancards met gewonden die van het slagveld terugkomen en vervolgens worden afgevoerd. En juist nu, in de nacht van de 17de op de 18de, is deze activiteit koortsachtig geworden. Jonge troepen arriveren, afgemat en zwetend; de helmen lijken heel breed op deze smalle kindergezichten; tijdens deze helle dag ziet men bleke gezichten passeren; er zijn er bij die de zachtheid van meisjes hebben. Ze brengen voldoende overlevingsmiddelen voor enkele dagen in de granaattrechters met zich mee: handgranaten, lichtpijlen en brood. Gedurende de hele dag al zijn de gewonden toegestroomd. Wat een armzalige hoopjes zijn deze mensen wanneer de verwonding hun spankracht definitief komt breken. Lichamelijke kracht en wil, alles is weg, alleen verdoving en vermoeidheid blijven over; een armzalig brok vlees dat lijdt en bang is nog meer te lijden. Dat leest men uit de strakke blik die men even ziet op deze grauwe gezichten die in bebloede zwachtels gewikkeld zijn.

De hele dag van de 17e, de hele nacht van de 18e hebben de troepen verschrikkelijke uitputtingsbeschietingen ondergaan. Er kwam geen einde aan de stoet brancards.

De aanval zou eerst om zeven uur worden ingezet, daarna om tien uur, om 15 uur pas gingen de troepen met granaten op weg. In de verbindingsloopgraaf die naar de batterij van het ziekenhuis leidt ondervraag ik lukraak officieren, gewonden, een aalmoezenier en doctoren. Het is moeilijk om duidelijkheid te krijgen. Totaalindruk: het gaat niet slecht. Er verschijnen Duitse gevangenen; een officier die heel zeker is van zichzelf zegt al groetend: ” Deze mannen horen bij mij; ik begeleid ze.” Hij neemt een tiental mee. Men zet al deze mensen in het ravijn neer. Ze hebben de nieuwe helm met de omlaag lopende randen op. Een van hen is een kind; met een gezwollen, zwart gemaakt gezicht loopt hij voort als een dronkenman met gestrekte handen, lachend, huilend en kwijlend.

Door dit ondergrondse bestaan verdwijnt ieder onderscheid tussen dag en nacht, dit afwisselend spel van slapen en waken dat ons leven bepaalt. De activiteit, de beweging, het lawaai zijn hetzelfde, continu, zonder ophouden, zonder onderbreking, van 12 uur ‘s middags tot 12 uur ‘s nachts en omgekeerd. En de nachtelijke uren zijn zelfs het drukst. Het lichaam en de hersenen passen zich aan deze vermenging van twee soorten levens aan; ze slapen nooit helemaal en ze zijn nooit helemaal wakker. De tijd verstrijkt, eentonig, saai, zonder contrast, onderbreking of uitweg.

Onder dit onverwoestbaar gewelf zijn te veel mensen en dingen een schuilplaats komen zoeken, depots voor water, granaten, lichtpijlen, patronen, springstoffen; onder lampen die zwart zijn van de vliegen naaien chirurgen verscheurd vlees weer aan elkaar. De generale staf van een brigade zit afgezonderd in een kleine houten afgesloten ruimte waaruit runners en telefoondraden komen. De mensen die in beide richtingen gaan staan te trappelen in de zuigende modder die midden in de maand augustus nog niet droog is. Er gaat een kreet rond: “Pas op, een gewonde!” en de menigte gaat tegen de wand staan om de brancard te laten passeren; soms hoort men het gekerm van dit arme, verslagen en met modder en bloed besmeurde lichaam. Daarna begint het voorbijtrekken van degenen die corvee hebben weer, mannen die struikelen onder de meest vreemde lasten: rollen ijzerdraad, kisten munitie en met water gevulde melkbussen. Soms komen de pakezels 100 tot 200 meter naar binnen wanneer het afschieten van granaten het lossen buiten onmogelijk maakt. Al deze geluiden worden overstemd door het snelle hijgen van de motor van de elektrische machine. Het lijkt op een koortsachtig kloppen van deze oververhitte ader.

Enkele dagen geleden is er in de tunnel een brand geweest die een heel kruitmagazijn bedreigde dat met een garnizoen ingesloten zat in deze smalle buis. Wie heeft het aangestoken? Of was het kortsluiting, een kaars, een lichtpijl, benzine, een granaat? De brand is uitgebroken op het moment dat pakezels met een lading lichtpijlen binnen kwamen. Er volgde een explosie; het werd donker en te midden van de opeenvolgende ontploffingen, vatte alles vlam. Onze dokter, die bij de uitgang rondzwierf, werd naar buiten geslingerd; toen hij op de grond lag, richtte hij zich op en zag de vlammende en grommende muil van de tunnel. Op het geluid van de knallen volgde een grote stilte en de brand, die werd gevoed door een hevige luchtstroom, verteerde gedurende uren alles wat er in de tunnel was, zoals stellages en barakken.

Drie dagen lang kon niemand naar binnen. Toen de brand zich vervolgens naar het midden terugtrok, kon men langzamerhand tussen het puin vooruitkomen … Vandaag dringt men door tot de luchtinlaat in het midden. Veel arme drommels hebben daardoor willen vluchten. Ze zijn verstikt door de gassen die bij de brand vrijkwamen en hun opeengestapelde, verstrengelde lichamen vormen onontwarbare kluwens.

Onder de verminkte lichamen herkende men dat van mijn vriend M.. . Hij zei mij op een avond droevig: “Je moet hier niet te veel rondlopen als je niet toegetakeld wilt worden”. Men heeft hem herkend aan zijn twee identiteitsplaatjes om zijn hals. Van zijn lichaam vond men alleen maar een verbrand hoopje terug zo groot als dat van een kind van een jaar. Men heeft dit brok steenkool naar fort Belrupt gebracht, men heeft het in een doodskist gelegd en op het kerkhofje begraven.

De plechtigheid in de kerk, de begrafenis bij dageraad, al die figuren die vol medelijden rond het graf stonden, dit alles bracht herinneringen aan tijden van vrede bij ons naar boven. Hoe kort hij ook was, deze pijnlijke ceremonie verplichtte de aanwezigen hun gedachten te richten op de gruwelijkheid van een dergelijke ramp. En allen herinnerden zich de dagen en nachten die zij in gezelschap van enkele van deze doden in de tunnel des doods hadden doorgebracht De grote brand van Tavannes zal geen ander blijk van openbaar medeleven hebben gekend dan de enkele zinnen die onze kolonel in het bijzijn van twintig man bij het graf van onze kameraad uitsprak. Dat zal alles zijn.

Ongelukkigen zullen levend verbrand zijn als in een oven, uiteengereten door granaten in een onderaards gewelf en hun kreten van pijn zullen gesmoord blijven onder het onophoudelijk donderend lawaai van Verdun.

Récits et Réflexions dun Combattant

Uittreksel uit “Récits et Réflexions dun Combattant”

Door Louis Hourticq (Hachette en Co. uitgeverij)

Vertaling, Henk Reincke

Moi

De aangebrachte betonnen zuilen in de Tavannes tunnel.

Er gaan allerlei verhalen rond over de aangebrachte betonnen versterkingen in een deel van de Tavannes tunnel. Zo hebben we een tijd gedacht dat de Duitsers in de tweede wereldoorlog de versterkingen hebben aangebracht in de tunnel, om de treinen die V2’s vervoerden in te stallen en te beschermen tegen de lucht aanvallen die de geallieerden uitvoerden op dit soort transporten.

De Tunnel van Tavannes was bekend als “Frontlager 1404”. De betonnen zuilen rond de tunnelbuis zijn versterkingen die de Duitse in WOII hebben aangebracht. Misschien omdat door de genoemde explosie van 1916 de tunnel (te) structureel verzwakt was. Interessant detail is de Atlantikwall deur die rond halverwege zich tussen de oude en nieuwe tunnel bevindt.
Verder is  dat de nieuwe tunnelbuis is gebouwd in 1936. Ten tijden van de bouw van de Maginot Linie. De tunnel is bij de bouw op twee plaatsen voorzien van enorme springkamers om de tunnel op te kunnen blazen.
Of er ooit V2’s in de tunnel van Tavannes hebben gestaan is twijfelachtig. In de periode tot juni 1944 zijn de Duitsers bezig geweest om de V2 infrastructuur op orde te brengen. Dit is voor een (zeer) groot deel gelukt. Getuigen hiervan zijn de gigantische bouwwerken van Eperleques en Wizernes. Maar tot V2 inzet in Frankrijk is het nooit gekomen. Voor de V1 was het anders. Hier zijn er duizenden vanaf de Franse kust richting Engeland afgeschoten.

Maar alles is minder waar, mijn vriend Tommy van Doorn heeft naar onderzoek het volgende bewijs gevonden.

In het grote geheel wellicht niet een heel belangrijk punt, maar de achtergrond van de later aangebrachte betonnen zuilen in de tunnel is volgens mij toch een andere. Deze zuilen, die in dit topic ook al meerdere malen aangehaald worden, zijn voor zover ik weet niet het werk van het Duitse leger gedurende de WO2, maar dateren van een veel latere datum, te weten 1975. Dit naar aanleiding van een ernstig treinongeluk in 1972 bij Vierzy (Aisne). Een soortgelijke oude spoortunnel (met twee sporen in dezelfde tunnel) had het daar op een bepaald punt begeven met een instorting tot gevolg – een trein ontspoorde daardoor en kwam terecht tegen een van de andere kant komende trein. 108 mensen kwamen om en 111 raakten gewond (zie http://fr.wikipedia.org/wiki/Effondrement_du_tunnel_de_Vierzy )
Na deze ramp werden alle spoortunnels in Noordoost Frankrijk nader onderzocht en men besloot in 1973 om het spoor uit de oude Tavannes tunnel te halen, en alleen nog de tunnel uit 1936 te gebruiken. Om te voorkomen dat eventuele instortingen of beschadigingen in de oude tunnel de naastgelegen 1936-tunnel zouden verzwakken werden die verstevigingsbogen op sommige stukken geplaatst.
 
 In een documentaire uit 1966 ter gelegenheid van de 50-jarige herdenking van de Slag bij Verdun (verkrijgbaar op DVD) wordt op een bepaald moment een ritje gefilmd over het spoor van de oude Tavannes tunnel, dat er op dat moment dus nog ligt. Men filmt van west naar oost, dus men komt de tunnel uit aan de kant waar zich de wachtpost bevindt en waar nu over een langer stuk die betonnen zuilen staan. Duidelijk te zien is dat de verstevigingsbogen er op dat moment nog niet zijn, en dat er twee sporen liggen. De bogen kunnen dus niet dateren van de tijd dat de Duitsers hier in WO2 aan het werk waren.

Ter verduidelijking een screenshot uit de documentaire en een actuele foto van dezelfde kant van de tunnel:

De hele docu is op YouTube terug te zien is. De Tavannes-tunnel is te zien in dit fragment van 5:46 tot 6:57.

De documentaire is de moeite van het bekijken waard; er zitten mooie beelden en interviews met oud-strijders in. Interessant is het verhaal van aspirant Léon Buffet, die op 4 juni 1916 het zwaar bevochten Fort de Vaux wist te verlaten om zich bij de staf te melden in de Tavannes tunnel om namens commandant Raynal te berichten over de situatie in het fort. Omdat voor een geplande tegenaanval de hulp van de mannen in het fort nodig was, ging Buffet terug naar het fort om hen hiervan in te lichten (dat Buffet er in geslaagd was heelhuids van en naar het fort te gaan is haast een wonder). De tegenaanval mislukte, en zoals bekend viel het fort enkele dagen later, maar Buffet zijn verhaal is een bekend hoofdstuk in de gebeurtenissen rondom Fort de Vaux. Interessant om hem zijn eigen verhaal te zien doen – bovenop het fort, 50 jaar later.