‘Tekst: Richard Heijster:’
Van Leeuwen en de plaatsvervangende trots
Nadat augustus 1914 de vlam in Europa’s plan sloeg zou Nederland angstvallig vast houden aan een politiek van strikte neutraliteit. De bijzondere economische en strategische positie van ons land, in combinatie met het zorgvuldig laveren van de Nederlandse regering, zorgde ervoor dat Engeland en Duitsland onze neutraliteit eerbiedigden. Het daadwerkelijke oorlogsgeweld bleef hierdoor buiten onze landsgrenzen. Toch waren er ook in ons land mensen die zich actief met de Grote Oorlog bezig hielden.
Hoewel Nederland, vanuit militair oogpunt gezien, aan de zijlijn stond, leefde er onder de bevolking wel degelijk een emotionele betrokkenheid. Wat betreft een voorkeur voor de strijdende partijen waren de meningen verdeeld. Over hulpverlening aan oorlogsslachtoffers was de bevolking het grotendeels eens: ons land moest humanitaire hulp verlenen in binnen- en buitenland. Meteen na de Duitse aanval op België was een grote stroom vluchtelingen en gewonde militairen uit het oorlogsgebied naar ons land gekomen. Het Roode Kruis had de verzorging van deze mensen op zich genomen. Door gebrek aan financiële middelen was het Nederlandsche Roode Kruis niet in staat om de gewenste hulpverlening in het buitenland te verlenen. Dankzij particulier initiatief lukte het om voldoende geld en goederen bijeen te brengen zodat de Nederlandse ambulances konden worden uitgezonden naar België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Rusland, Servië en Roemenië. Het Roode Kruis kon niet meer dan morele steun verlenen, maar aangezien de hulpverlening onder de bepalingen van het van Verdrag van Genève viel, mocht wel gebruik worden gemaakt van het rode kruisteken.
De ambulance in Frankrijk had najaar 1915 een onderkomen gevonden in het luxe café/restaurant Pré-Catalan, Bois de Boulogne te Neuilly sur Seine, een deelgemeente van Parijs.
Een Nederlands team van artsen, zusters en broeders opereerde, verzorgde en revalideerde hier gewonde Franse Militairen. Kwartiermaker en chef was de arts J.C.J. Bierens de Haan. De baronesse Lewe van Middelstum was één van de verpleegkundigen. Al vrij snel had de Nederlandsche Ambulance in Pré-Catalan een goede naam verworven. Het was zelfs zo dat een respectabel aantal gewonden erom vroeg in dit hospitaal verpleegd te mogen worden. De verzorging vond plaats temidden van marmeren vloeren, enorme neoclassicistische beelden, spiegelwanden, uitbundige kristallen kroonluchters, en muren vol met ornamenten. In de schitterend aangelegde tuin konden de patiënten een frisse neus halen. Nauwelijks een omgeving waar je een noodziekenhuis zou verwachten.
Een arts onderweg naar Frankrijk.
Op 13 maart 1916 stapte de 27-jarige Godfried Anton van Leeuwen, onder toeziend oog van de pers, te Amsterdam CS op de trein. Samen met vijf verpleegsters was hij vijf dagen lang onderweg om via Folkestone (Eng.) en Dieppe (Fr.) in Neuilly aan te komen.
Wie was deze Godfried van Leeuwen?
Welnu, de man werd op 8 mei 1887 te ‘s-Gravenhage geboren als zoon van kolonel Willem Peter van Leeuwen, later gepensioneerd als luitenant-generaal titulair, en Antoinette Elisabeth Quack. Op de lagere school doubleerde van Leeuwen waarschijnlijk een jaar om vervolgens zonder problemen de Haagse H.B.S. te doorlopen.
Van 1905 tot 1907 studeerde hij aan de Universiteit van Utrecht. Godfried stapte over naar Amsterdam waar hij in 1912 zijn artsendiploma behaalde. Hetzelfde jaar nog promoveerde Godfried van Leeuwen aan de Gentsche Universiteit, hij behaalde er dus zijn doctorstitel. In 1913 werd hij assistent in het Burgerziekenhuis te Amsterdam.
1914 en 1915 bracht de jonge arts door als assistent van de landelijke bekende vrouwenarts professor Hector Treub in de Vrouwenkliniek van onze hoofdstad. Treub was een van de beste leermeesters die, in het specialisme dat Godfried ambieerde, voorhanden was. Een snelle vestiging als zelfstandig gynaecoloog lag binnen handbereik. Waarom de arts besloot om zijn loopbaan af te breken om af te reizen naar het noodlijdende Frankrijk zal wel altijd een raadsel blijven. Uit recente gesprekken met zijn oudste zoon Willem (geb. 1923) blijkt dat Godfried weliswaar plichtsgetrouw, maar ook een beetje saai was. Zes dagen per week was hij, mede door zijn drukke werkzaamheden, voor zijn gezin nauwelijks aanspreekbaar. De zondag benutte hij, met zijn familie, voor voorspelbare uitjes zoals wandelingen of een bezoek aan de dierentuin. Hang naar avontuur lag nauwelijks in zijn natuur opgesloten.




Was het interesse in het militaire, of was hij op zoek naar heldendom? Niets uit zijn latere leven duidt hierop en aangezien ons land te maken had met een voortdurende oorlogsdreiging zou een vrijwillig in dienst gaan dan misschien voor de hand hebben gelegen. Het leger had een gebrek aan kader waardoor een snelle officierscarrière in het verschiet lag, zeker als je vader de nodige relaties had. Neuilly s/s lag op relatief veilige afstand van het front. Een nadere kennismaking met het slagveld was voor Godfried van Leeuwen niet weggelegd, getuige de stempels in zijn paspoort: ‘This passport is not valid fore the zone of the armies’ en ‘Ca passeport n’est pas valable pour les zones des armees’. Opereren met risico voor eigen leven lag dus niet in de lijn der verwachting. De status van held kon door de arts in Frankrijk niet worden verworven.
Geld en carrièremogelijkheden waren in Frankrijk nauwelijks te vinden zodat eigenlijk alleen sociale bewogenheid (de term moest waarschijnlijk nog uitgevonden worden) als motief voor het vertrek uit Nederland over blijft. Kijken we naar de openbare functies die Van leeuwen na 1917 bekleed heeft dan komen we tot de volgende opsomming: van 1923 tot 1931 secretaris van de afdeling Rotterdam en omstreken van de Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst, gedurende 9 jaar lid geweest van het Specialistenbureau te Rotterdam waarvan 5 jaar als secretaris, jarenlang lid van het Klinisch Genootschap te Rotterdam, jarenlang lid van het Medisch Genootschap te Rotterdam, bestuurslid van de Rotterdamse Vrijwillige Brigade tot het redden van Drenkelingen te Rotterdam, lid van de Stedelijke Commissie tot redding van Drenkelingen te Rotterdam, voorzitter van de Vereeniging voor Geneeskundig Onderzoek voor het Huwelijk, correspondent voor Rotterdam van het Tijdschrift voor Geneeskunde en last but not least bestuurslid van de Alliance Française. Deze indrukwekkende, incomplete, lijst is waarschijnlijk voldoende om te mogen stellen dat de man sociaal bewogen was. Het lidmaatschap van de Alliance Française valt op. Was Godfried van Leeuwen francofiel? Hoe dan ook, zijn exacte beweegredenen zullen wel altijd onduidelijk blijven. Feit blijft dat Dr. Van Leeuwen in 1915 afreisde naar Frankrijk om humanitaire hulp te gaan verlenen.





Chirurg in Neuilly.
Na aankomst in het Bois de Boulogne kon van Leeuwen direct aan de slag als chirurg. Het was een goede manier om een veelheid aan ervaring op te doen. Op de weinige foto’s die overgebleven zijn kunnen we diverse verwondingen zien die variëren van hoofdwonden tot amputaties van benen en armen. Najaar 1916 nam Godfried de leiding van de Ambulance Neerlandais over van Dr. Bierens de Haan. Ook onder zijn beheer liet de verpleging weinig te wensen over. Op effectieve en liefdevolle wijze werden de gewonden in Pré -Catelan verzorgd.
Het hospitaal had dan ook een uitstekende reputatie. De Franse regering liet zich niet onbetuigd en besloot om, op 12 januari 1917, Godfried van Leeuwen tot Ridder der Orde van het legioen van Eer (Chevalier de l’Ordre National de la Legion d’honneur) te benoemen. Een ongewoon hoge onderscheiding voor een buitenlander. De andere medewerkers van het ziekenhuis ontvingen, naar gelang hun functie, lagere eerbewijzen. Verschil moet er zijn, zeker in die tijd.
De Fransen zijn een volk dat dol is op onderscheidingen en de daarbij behorende versierselen. Wat dat betreft deed de medicus niet onder voor zijn gastheren. Op 26 november januari 1920 betaalde hij vijftig gulden legeskosten om zijn buitenlandse titel ook in Nederland achter zijn naam te mogen schrijven. Een in die tijd niet gering bedrag, maar hij had dan ook redenen om er trots op te zijn. Tien december 1917, het Consulat Royal des Pays-Bas gaf aan Godfried een paspoort af voor de reis naar Nederland via Engeland en verder. De arts bracht de kerstdagen door in Amsterdam om vervolgens terug te keren naar Frankrijk. Als assistent van de vermaarde gynaecoloog Professor Bar ging hij zich in Parijs verder specialiseren. In april 1918 vestigde van Leeuwen zich als zelfstandig vrouwenarts te Rotterdam.


Nederland leefde mee.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde ons land een uiterst dubieuze rol. Ondanks de ellende, honger en armoede nam het nationale vermogen tussen 1914 en 1918 met 80% (!) toe. De neutraliteitspolitiek zorgde ervoor dat Nederland verschoond bleef van gevechtshandelingen en zijn financiële positie verbeterde. Waarschijnlijk had de vaderlandse pers behoefte aan de heroïsme en wellicht moet hier de reden worden gezocht van de bovenmatige aandacht die werd geschonken aan ‘onze ambulances’ in het buitenland. Zeer regelmatig verschenen in dag- en weekbladen artikelen over de ongeveer honderd onbaatzuchtigen die ‘namens ons volk’ probeerden leed te verzachten.
Tijdschrift Het Leven januari 1917
Het leek alsof een compleet volk zich probeerde te spiegelen aan het caritatieve werk van enkelen. Later zou bijvoorbeeld P.H. Ritter in zijn in 1931 uitgegeven boek ‘De Donkere Poort’ het volgende schrijven:
Quote:
Een nieuwe diamant in de kroon van Nederland: het werk van onze ambulances! Een nieuw getuigenis. Dat neutraliteit niet alleen den passieven, ontzenuwenden factor heeft van behoedzame en angstvallige waakzaamheid, om niet in den oorlog te worden meegesleept en zich daarvoor allerlei vernederingen moet laten welgevallen, maar dat de zielskracht van een volk in het neutraliteitsbeginsel ook een positieve waarde kan vinden, een vitale offervaardigheid, een prikkel, om heldhaftig en hardnekkig te zijn in de werken des vredes(…) (…)Overal was er één roep over de voortreffelijke organisatie, de grote kundigheid en de edele karaktereigenschappen der Nederlanders.
Nogal hoogdravende woorden. De ambulances hadden er hooguit toe bijgedragen dat de kwade roep, die ons land bij andere Europese volkeren had, wat werd afgezwakt. Natuurlijk was het een diamant in de kroon van Nederland, maar de andere diamanten waren bijna allemaal verdwenen. ‘De zielskracht van ons volk in het neutraliteitsbeginsel’ (wat zou Ritter daar eigenlijk mee bedoelen?) werd in het buitenland voornamelijk geassocieerd met de affaire Mata Hari, Anthony Fokker die ervoor zorgde dat Duitsland lange tijd een luchtoverwicht had, smokkel en sluikhandel, de asielverlening aan de Duitse Keizer en andere discutabele zaken.
De zielskracht van ons volk.
Een klein comité besloot om, door middel van offerwaardigheid, (een ander Ritteriaans woord) blijk te geven van onze solidariteit met het moe gestreden Verdun. Mede-initiator en penningmeester was de vrouwenarts Godfried van Leeuwen. Doel was om voldoende geld bijeen te brengen zodat aan de stad Verdun een standbeeld kon worden geschonken. Dit monument moest een blijvend teken worden van de vriendschap tussen ons land en Frankrijk. Gekozen werd voor de uitvoering van een al eerder door Auguste Rodin ontworpen maquette.
In de laatste week van juli 1920 reisde van Leeuwen af naar Parijs. Hij vervoerde een met mozaïekwerk versierde koffer. Hierin bevond zich een lijst met namen van de 10.000 Nederlanders die een financiële bijdrage hadden geleverd. Namens het Comite du Monument Neerlandais de Verdun werd het koffertje op 31 juli aan de Franse regering aangeboden. Voor wat hoort wat: ter plekke werd van leeuwen tot Officier de l’Instruction publique gebombardeerd, met bijbehorend lintje.
Het gedenkteken dat we nu kennen als het Monument de la Défense in Verdun werd in dank aanvaard.



Ook voor vaderlandse pers was het een hoogtijdag. De gebeurtenis werd, traditiegetrouw, flink opgeblazen om vervolgens paginabreed te worden naverteld.
Op 10 april 1962 stierf Dr. G.A. van Leeuwen in Rotterdam.