Delville Wood
Delville Wood

Delville Wood

 

‘De granaten vielen op Delville Wood,(……) en door de ontploffingen werden de doden die er lagen in de lucht geslingerd (…..) Het was fascinerend om te zien hoe ze boven de boomstronken uitvlogen, ronddraaiden als in een vertraagde film en weer neerkwamen(….) zo vreemd om op een warme zomerdag daarna te liggen kijken, naar lijken die op en neer gaan.’

Delville Wood bleek echter een dodelijke val te zijn voor de geallieerde troepen. De Duitsers zaten verschanst tussen het dichte kreupelhout en waren vaak vrijwel onzichtbaar. Door verborgen prikkeldraad en door het kreupelhout konden de oprukkende manschappen zich slechts moeizaam verplaatsen. Scherpschutters zaten overal en er was nog een probleem. In de bossen die werden bestookt, vlogen door de explosies ook houtsplinters en zwaardere blokken hout in het rond. Dat leidde tot vreselijke en vaak nauwelijks te behandelen wonden. Ondanks de bittere gevechten en het hoge dodental slaagden de Zuid-Afrikanen er toch in om het Duivelsbos te houden tot ze afgelost werden door de 76e brigade.
De verliezen waren enorm: toen de South African Brigade de 15e juli ten strijde trok, telde men 121 officieren en 3.032 soldaten. Bij een nieuwe telling op 21 juli waren deze aantallen gereduceerd tot slechts 29 officieren en 751 soldaten.

Naar aanleiding van de eerste “verjaardag” van de wapenstilstand op 11 november 1919 vond de Zuid-Afrikaanse regering het wenselijk om een geschikte plek te zoeken voor de herdenking van de gevallen landgenoten. Delville Wood bleek een uitgelezen plek om de Zuid-Afrikaanse landgenoten, die waren gestorven tijdens de Groote Oorlog, te eren. Na de oorlog kocht de Zuid-Afrikaanse regering het bos van zijn Franse eigenaar. Het aan flarden geschoten bos werd zo de laatste rustplaats van vele gevallen landgenoten. Een herdenkingsmonument werd gebouwd en de “South African Department of Forestry” herplante de woestenij met jonge boompjes.
De centrale laan van de hoofdingang tot aan het herdenkingsmonument en het museum is in dit opzicht wel bijzonder. Langs de weg werden, langs beide zijden, twee rijen met eiken gepland. De eikels waren afkomstig van een Zuid-Afrikaanse eik die op zijn beurt gepland was in de zeventiende eeuw door een Franse Hugenoot.

In Delville Wood kunnen bezoekers eveneens nog “The Last Tree” bewonderen die de beruchte veldslag overleefde. Heelhuids kan ik niet zeggen, want de boom is werkelijk door spietst met stukken munitie en metaal afkomstig van de artilleriestukken.
Delville Wood Memorial is een aanrader om te bezoeken. Het contrast tussen de sereniteit van het bos en de harde oorlogsgeschiedenis anderzijds overweldigt je.
“Het Duivelsbos”, vol fiere groene wachters, wiegend in de wind, wakend over de gevallenen.
Een Duitse officier zou later het volgende optekenen:
“…Delville Wood was gereduceerd tot een verbrijzelde woestenij van boomresten, verkoolde en brandende stronken en kraters gevuld met modder, bloed en lijken. Overal lagen lijken. Op sommige plaatsen lagen ze zelfs tot vier hoog opeengestapeld. Maar het ergste was het constante gekreun en gekerm van de gewonden en stervenden. Het klonk als vee op een voorjaarsbeurs.”
Bron tekst; Johannes Teerlinck