Reisverslag 2003
Reisverslag 2003

Reisverslag 2003

Reisverslag, Battle of the Somme.
Op 23 mei 2003 zijn we afgereisd, dit keer naar het Somme gebied.
Dag 1
Na een goede reis kwamen we om 10.30 aan in Albert. We wilden daar naar het Musée des Abris. Toen we daar aan kwamen was het al geopend, Henk die weer de huishoud portemonnee beheerde(vrijwillig verplicht) betaalde de entree voor ons. Eenmaal in het museum daal je via een lange trap de gewelven in van de oude stadsmuur, aldaar bevindt zich nu het museum.
museedesabris engsoldaat
Na het bezoek aan het museum rijden we richting La Boisselle, naar La grande Mine een enorme bomkrater.
La grande Mine.
La Grande Mine, de grootste mijn van het westelijk front die op 1 juli tot ontploffing werd gebracht. Het enorme gat dat in de grond werd geslagen, is bewaard gebleven als Lochnager Crater, in 1979 gekocht door een Britse particulier om het als monument te behoeden voor de oprukkende landbouw. De omvang van de verwoesting die in de Duitse linies moet zijn aangericht, is duidelijk. Ruim honderd meter in doorsnee, dertig meter diep, daar helpt geen ondergrondse bunker tegen. Maar ook hier viel het geschut acht minuten te vroeg stil, en rondom hadden de Duitsers de ontploffing overleefd. Terwijl zij op de krater afstormden in een poging hem het eerst te bezetten, hoorden ze in de verte het iele gehuil van de doedelzakken van de Northhumberland Fusiliers. Bijna alle officieren, inclusief de vier kolonels van de bataljons van dit regiment, kwamen op de eerste dag bij La Boiselle om. Ondanks verliezen van 70 procent wisten zij een kant van de krater te bezetten en zelfs de Duitsers gedurende de dagen erna van de andere kant te verdringen. Een heel klein en duur betaald succesje.
Na La Boisselle zijn we doorgereden naar Thiepval een enorm Engels memorial voor vermiste soldaten, in de sokkels van dit monument staan de namen van 73,357 Britse en Zuid Afrikaanse soldaten die geen bekend graf hebben.
Thiepval
Dit gehucht-nu een paar huizen-was voor de oorlog een betrekkelijk groot dorp met een heus château, waarin vanaf 1914 Duitse officieren woonden. Over de hele heuvelrug waren, zowel boven als onder de grond, enorme fortificaties (Wunderwerke) gebouwd waarop de voornamelijk uit Noord Engeland afkomstige troepen die Thiepval als doel hadden, zich stukliepen. Voor het Thiepval Memorial to the Missing ligt een begraafplaats waar 300 Engelse en 300 Franse onbekenden begraven zijn als symbool van de Geallieerde eenheid. Op de plaats waar die graven liggen stonden op 1 juli 1916 Duitse verdedigers  de in niemandsland vastgelopen soldaten van de Newcastle Commercials uit te lachen. Zoals zovele van deze gigantische Memorials is dat bij Thiepval zowel afzichtelijk als indrukwekkend, het laatste misschien omdat het zoveel meer herdenkt dan de 73 357 vermisten wier namen erin gegraveerd zijn.
Vanaf Thiepval rijden we nu naar het achter Thiepval gelegen Kasteeltje (Ulster Memorial Tower)
Boven aan de heuvel staat een ogenschijnlijk wat klein uitgevallen kasteeltje, de Memorial voor de 36ste Ulster Division die tot taak had de Duitsers uit hun zwaar versterkte Schwaben Redoubt te verdrijven. Pas eind september is dat gelukt. Achter het monument staat een informatiecentrum met een piepklein museumpje en een diavoorstelling over de rol van de Ulstermen, wier slachtoffers aan de overkant begraven liggen. De toren mag men wel in, maar niet meer op, wat jammer is omdat hij een mooi uitzicht biedt over het slagveld en het verderop gelegen, enorme gedenkteken Thiepval.
Ulster Memorial Tower
Van Mill Road Cemetery rijden we naar het Zuid Afrikaans Memorial
Delville Wood
Op 15 juli vielen hier Zuid-Afrikaanse en schotse troepen aan. Dagenlang golfde het gevecht heen en weer in een gebied van nog geen vierkante kilometer; de Duitsers werden eruit verdreven, heroverden een hoekje, werden weer verdreven, verpulverden hun oude stellingen, kwamen nog sterker terug. In een brief naar huis schatte de Zuid-Afrikaanse majoor Heal het aantal granaten op 400 per minuut, wat iets te veel van het goede lijkt. Boven de loopgraven brandden de bomen als fakkels, ondanks een zwaar onweer dat de instortende stellingen met water vulde. Het zou tot september duren voordat het bos definitief in Geallieerde handen kwam. Tegenwoordig is het een herdenkingspark (met museum) voor de 3000 Zuid-Afrikanen die op 15 juli het bos ingingen, van wie er 768 terugkwamen. Eén boom overleefde het inferno; hij staat er nog, toegetakeld maar gezond, als een oude opa door het tuinpersoneel gekoesterd. De rest van het bos is opnieuw beplant boven de oude loopgraven die, net als destijds maar nu keurig in steen aangebracht, de namen dragen van straten in Londen, Edinburgh en Kaapstad.
‘De granaten vielen op Delville Wood,(……) en door de ontploffingen werden de doden die er lagen in de lucht geslingerd (…..) Het was fascinerend om te zien hoe ze boven de boomstronken uitvlogen, ronddraaiden als in een vertraagde film en weer neerkwamen(….) zo vreemd om op een warme zomerdag daarna te liggen kijken, naar lijken die op en neer gaan.’
 wood8 wood9
Na ons bezoek aan Delville Wood reden we richting hotel want we waren inmiddels aardig moe geworden, we waren namelijk al vanaf 4.00 morgens onder weg. Ons hotel was in het dorpje Vendeuil, overigens een leuk niet zo duur hotel waar je voortreffelijk kan eten en daar waren we wel aan toe na zo’n lange dag.
hotel
Hotel auberge-de-vendeuil.
Tél : 00.3.23.07.54.54
Fax : 00.3.23.07.88.58
Marie-Claude LACAVE
Route Nationale 44
02800 VENDEUIL
Dag 2
De dag beginnen we weer vroeg, want we hebben een druk plan voor vandaag. Als allereerste willen we naar Le Chemin des Dames om daar fort de La Malmaison te bezoeken. Daar aan gekomen bleek dat we het fort alleen konden bezoeken met een gids.
dames
( Chemin des Dames de France. Weg van vreugde, weg van verdriet. Soms is de geschiedenis ironisch. In de 18de eeuw gebruikten Adélaïde en Victoire,”Dames de France” en dochters van Lodewijk XV, deze weg om vanuit Parijs hun gouvemante in het kasteel La Bove bij Vauclair te bezoeken. Om de tocht per koninklijk rijtuig te vergemakkelijken werd de weg van een steenlaag voorzien. Later zou hij naar de Dames de France worden vernoemd. Het plateau waarover de weg voert heeft vele malen een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis, ook al roept de Chemin des Dames in de allereerste plaats herinneringen op aan de Eerste Wereldoorlog. De soms meer dan 200 meter hoog gelegen weg vormt een schitterende natuurlijke barrière en deze strategische ligging verklaart de grote belangstelling die machthebbers altijd voor de Chemin des Dames toonden.)
Vanaf september 1914 bezetten de Duitse troepen de heuvelrug. Tot in 1917 is het front stabiel. De Duitse legereenheden profiteren van deze lange maanden om de Chemin des Dames in een onneembare vesting te veranderen. De Franse generaal Nivelle wil een eind maken aan deze stellingenoorlog en op 16 april 1917 lenceert hij een groots opgezet offensief. ondanks de deelname van de eerste tanks en de intensieve artilleriebombardementen loopt dit offensief uit op een grote ramp. Nivelle houdt koppig vol en ten koste van heel veel mensenlevens weet hij Craonne en het plateau de Californie in mei 1917 slechts voor even in bezit te krijgen. Deze opzienbarende nederlaag ondermijnt het moreel van de troepen en leidt tot de in het chanson de Craonne bezongen muiterij. Nivelle wordt aan de kant gezet en Pétain neemt het bevel over . Na het moreel van de troepen te hebben hersteld begint hij een beperkt, maar goed voorbereid gevecht. In november 1917 is de heuvelrug in handen van de Fransen. Een verpletterend offensief van de Duitsers drijft korte tijd later de geallieerde legers over de Marne. Een nieuw Frans offensief in juli 1918 leidt tot de doorbraak van de vijandelijke linies. Op 10 oktober 1918 verlaten de Duitse troepen voorgoed de heuvelrug. De dertiende wordt Laon bevrijd.
Totaal overwoekerd door het groen, aan de andere kant van de drooggevallen slotgracht, zijn de langzaam wegrottende begroeide stukken beton te zien. De Duitsers maakten in 1915 dankbaar gebruik van dit verlaten fort, verstevigden de muren en bouwden de bestaande onderaardse ruimten verder uit. In april 1917 zaten er twee divisies elitetroepen van de keizerlijke garde. Pas in oktober werd het fort, vlak na de Moulin Laffaux, na hevige strijd ingenomen door de Fransen. Het was de eerste aanval onder leiding van Pétain na de muiterijen, en het was een klein succes van groot psychologisch belang. Men maakte 15000 gevangenen en er vielen 2500 Franse doden-een voor die tijd allerzins acceptabel aantal.
Van Malmaison rijden we verder Chemin des Dames af richting het museum Caverne du Dragon. Daar aangekomen bleek het een zeer modern museum te zijn, gebouwd boven op de oude steengroeve. We moesten met een Engelstalige gids de steengroeve via een lift in. Beneden aangekomen bleek de oude steengroeve met moderne kunst te zijn ingericht, en in sommige nissen lagen de overblijfselen van schroot uit de eerste wereldoorlog, we vonden dat erg ongepast gezien er honderden doden zijn gevallen in die steengroeve.
Deze oude steengroeve door de Duitsers Caverne du Dragon (Drachenhöle) genoemd, dateert vermoedelijk uit de 16de eeuw en was tot de 19de eeuw als zodanig in gebruik. Vanaf januari 1915 veranderden de Duitse troepen deze steengroeve in een echte ondergrondse kazerne met schietplaatsen en commandoposten. Maar de Caverne was nog veel meer. Voor de soldaat was het een veilige haven, een rustplaats, terwijl bovengronds het geweervuur losbarstte. In de ruimte werden slaapzalen, een eerste hulppost en een kapel ingericht. Er werd een elektriciteitsnet aangelegd en dankzij enkele waterpunten was er zelfs een minimum aan hygiëne. Van half september tot 2 november 1917 verbleven zowel Duitse als Franse troepen in de Caverne. Gedurende deze cohabitatie werd de scheidslijn gevormd door de muren die de Duitse bezetters gebouwd hadden om de toegang tot de Caverne te beschermen en gasaanvallen te verhinderen.
dragon dragon5
Tussen de Franse en Duitse bezetters werd steeds om iedere ruimte gestreden. Voor de doden was geen andere oplossing dan ze in de Caverne tussen de levende te begraven. Het gruwelijke van de gevechten in dit onderaardse, met zijn benauwde slaapruimtes, commandoposten en ‘ziekenzalen’, wordt voelbaar wanneer de gids tijdens de rondleiding plotseling alle lichten uitdoet en een voor een de gewelven weer indirect laat oplichten- bij de dan zichtbare soldaten- graffiti aan de muur ook de naam van ene Josef Binder uit 1940 . Na hevige strijd lukt het de Fransen de Caverne pas op 25 juni in te nemen, al bezetten daags daarna Duitse troepen opnieuw de helft van de Caverne.
indragon
Van Caverne du Dragon gaan we op weg naar Reims om daar fort Pompelle te bezoeken, onze wandelende GPS Rene loodst ons in de juiste richting. In Reims aangekomen slaan we bij de plaatselijke supermarkt eerst wat proviand in, gewapend met stokbrood en Franse kaas gaan we op zoek naar het fort.
stokbrood pom2
Fort Pompelle
Dit was een van de fortificaties die, als een soort middeleeuwse citadellen, rond Reims waren aangelegd, maar die met het Plan XVII hun waarde hadden verloren en in onbruik waren geraakt, evenals overigens het Fort Malmaison aan de Chemin des Dames, dat deel uitmaakte van de fortificaties rond Parijs. De Duitsers namen La Pompelle dan ook in september 1914 in zonder een schot te lossen. Tien dagen strijd hadden de Fransen nodig om ze nog hetzelfde jaar weer uit te verdrijven. Tot aan november 1918 bleef dit het enige fort in de buurt van Reims dat in Franse handen was. Niet zonder moeite, want bij voortduring daalden granaten op het metersdikke dak neer en regelmatig poogden de Duitsers Pompelle te veroveren op de wisselende Franse regimenten. Het hevigst was de strijd in maart en juni 1918 toen de Duitsers met tanks en vlammenwerpers al over de tankgracht waren, maar met een uiterste krachtsinspanning en veel verliezen werden teruggeworpen.
Binnenin is een stampvol, maar uiterst interessant museum. Daarnaast is er een unieke maar bizarre verzameling van honderden hoofddeksels uit het keizerlijke leger; niet alleen de bekende puntige pickelhaube, maar ook topzware zilveren adelaars met enorme pluimen. Een legertop die zulke helmen nodig had moet wel erg ziek geweest zijn.
Als souvenir hebben we maar een kanonnetje mee naar huis genomen.
Van fort pompelle gaan we weer terug naar Chemin des Dames, we willen daar Plateau de Californie gaan bekijken. Aan de rand van het Plateau moet het oude dorp Craonne hebben gelegen, dus gaan we daar naar opzoek.
californie plat4
Men bevindt zich hier op het gevreesde Plateau de Californie, het hoogste en meest strategische punt van de Chemin des Dames. De superieure positie van de Duitsers wordt een paar honderd meter verder pijnlijk duidelijk bij de oriëntatietafel rechts van de weg, die aangeeft waar zich de hopeloze Franse linies bevonden op de eerste dag van het Nivelle-offensief. Rechts licht Craonne, door de bomen links beneden het nieuwe Craonne en op de oriëntatietafel is het punt aangegeven waar de troepen vandaan kwamen. De honderden meters die zij in het open veld moesten overbruggen, spreken voor zich. Een van de belangrijkste doelwitten van deze zelfmoordactie was het oude, in 1914 nog ruim 600 inwoners tellende, maar inmiddels geheel verwoeste Craonne, helemaal aan de rand van het Plateau de Californie. Het dorp werd van de kaart gevaagd ( en later in het dal herbouwd), maar zijn naam werd symbool voor de absolute wanhoop van de muitende poilus.
Toen we op de plaats aan kwamen waar eens het dorp Craonne heeft gestaan, troffen we nog de restanten van de oude begraafplaats aan.
plat8 plat7 plat6 plat5
In 1996 is de laatste dode er nog begraven.
Vanaf Craonne zijn we verder het bos ingegaan, we volgden namelijk een uitgezette wandelroute aan de hand van een blauwe stip die op de bomen was geverfd. NOU waren we daar maar nooit aan begonnen, wij dachten dat we rond het Plateau liepen en dat we binnen een half uur weer bij de auto zouden uitkomen, MAAR DAT WAS NIET WAAR . Na zo’n 3 uur lopen en een blaar of tien, en zeiknat, vonden we uiteindelijk weer de auto.
plat11
Tijdens de wandeling kwamen we langs de abdij van Vauclair. De Duitser gebruikte de abdij als hun basis, en het is tijdens het Nivelle offensief door de Fransen beschoten en verwoest. Al wat er nu nog staat is een spectaculaire ruïne.
Van Plateau de Californie rijden we vermoeid van de dag weer terug naar ons hotel om daar onze blaren die we tijdens de wandeling hadden opgelopen te verzorgen.
Dag 3
Vanaf het hotel rijden we s’morgens in de richting van Loos en Vimy, we gaan daar de grootste Franse begraafplaats bezoeken, Cimetière National Notre Dame de Lorette.
lor10
De weg klimt hier de heuvel op die de Fransen ‘ Heuvel des doods ‘ noemden. Toen hun opmars van 1914 tot staan werd gebracht, waren de Duitsers boven op de heuvels van Lorette en Vimy geëindigd- en volgens een oude legende zal degene die deze heuvel bezit ook uiteindelijk overwinnen. De Fransen hebben alles op alles gezet om de vijand te verdrijven; begin 1915 via het principe van grignoter (knabbelen)- een eufemisme van het Franse opperbevel voor kleine bloedige acties die neerkwamen op centimeter voor centimeter voortploeteren in de modder- en vervolgens met rechtstreekse aanvallen. De winter van ’14-’15 in Artoi was een hele natte. Veel van de Franse soldaten in de loopgraven onder Lorette hadden sinds het begin van de oorlog geen schone kleren gehad, en het waren meer vogelverschrikkers dan fiere pantalons rouges die zich door het slijk worstelden. Vanaf maar werd de heuvel veroverd, prijsgegeven en heroverd, al met al een gebied van een halve kilometer. En terwijl de Britten voor Neuve Chapelle en Aubers bij tienduizenden vielen , stierven de Fransen en Duitsers op Notre Dame de Lorette.
lor lor2
Op 9 mei begon een grootscheeps Frans offensief in Artois. Notre Dame de Lorette werd eindelijk definitief veroverd, maar elders, op de heuvelrug Vimy bij voorbeeld en op verschillende plaatsen onder aan de heuvels, werden de fransen teruggeslagen. In totaal duurde het offensief veertig dagen, maar een definitieve overwinning was het nauwelijks te noemen; een heuveltje in ruil voor 102500 Franse doden. Ook bij de Franse bevelhebbers heerste chaos, ondanks het wit linnen vierkant dat de soldaten op de rug droegen opdat zij door verrekijkers voor de staf zichtbaar zouden blijven. Het diende voornamelijk zowel de eigen als de Duitse artillerie tot doelwit.
lor4
Tegenwoordig zijn er op de heuveltop van Notre Dame de Lorette verschillende bezienswaardigheden die onder andere het mei-offensief herdenken. In het ossuarium bovenop liggen de resten van 20000 onbekenden en evenzovele liggen in individuele graven eromheen. Op verschillende plaatsen aan de heuvelrand en in de bossen staan verdwaalde grafstenen en kleine monumenten. ‘O je veux quand je meurs qu’ on m’enterre Dans le cave,oui oui, Dans le cave oui oui oui, Dans le cave où le vin est bon*, zongen de Franse soldaten in Artois.
*(als ik sterf begraaf mij dan/ In een kelder met wijn).
Boven het ossuarium onder de ruim 50 meter hoge toren ligt een kille crypte. Mannelijke vrijwilligers uit de buurt, die hun dienstplicht hebben vervuld en bij voorkeur familie zijn van iemand die hier ligt, houden een erewacht: rood-wit-blauwe band om de arm, alpinopet op het hoofd en als het even meezit een medaille opgespeld van een latere krijgshandeling. Ze staan buiten te kletsen totdat een bezoeker er aankomt, waarop ze zich zwijgend in de houding rond de met de tricolore bedekte kisten binnen opstellen. Boven de crypte bevindt zich een klein museum met miliaria als vlaggen en medailles. De toren, waar uit ‘s nachts een licht over de heuvelrug zwaait, biedt een mooi uitzicht over het slagveld van Loos.
Vimy
lor15
De slag om Vimy was onderdeel van een veel groter plan waarbij in april 1917 de Fransen op de Chemin des Dames en de Engelsen bij Arras probeerden uit te breken. de Franse poging was een daverend fiasco, die van de Engelsen nauwelijks beter. Alleen de Canadezen slaagden in hun opzet en veroverden en behielden in een zware sneeuwstorm “Vimy Ridge’ op 9 april 1917.
 vimy2 vimy1
De heuvel is door Frankrijk aan de Canadese staat geschonken en vormt als geheel een memorial park, een gedenkteken voor alle slachtoffers van dit eens Britse Dominion. Voor elk van de 11 285 niet geïdentificeerde lijken of vermisten is een Canadese esdoorn of pijnboom op de heuvel geplant. Sinds 1989 is de 800 meter Grange Tunnel ten dele toegankelijk voor publiek. Onder de hele heuvel ligt meer dan 35 km aan onderaardse gangen, waarvan sommige uit de 17e eeuw dateren. Toen zoen zochten de Hugenoten er beschutting. Tijdens de oorlog schuilden hier de Canadese soldaten, in een vochtige koude , voordat ze weer naar boven moesten.
vimy3
Boven de grond grazen nu de schapen in de gigantische bomkraters, waar ooit mannen in verdronken. De gerestaureerde loopgraven en schietgaten vlak bij de parkeerplaats lijken wel erg veel op de geromantiseerde versies die in de oorlog voor propagandadoeleinden voor het thuisfront werden nagebouwd, al maken ze wel duidelijk hoe dicht bij elkaar de linies lagen.
 vimy6 vimy5
De rotzooi van de oorlog ligt in de bossen verscholen, door het gras en bladmolm bedekt. Zo vredig ligt alles erbij, dat het nauwelijks voorspelbaar is dat hier 20 000 Canadezen sneuvelden of zwaargewond raakten, totdat men de duizenden kraters en heuveltjes ziet en zich realiseert dat er geen centimeter grond was die niet omwoeld was door de granaten en de bommen, dat er geen boom meer groeide, en dat, in de woorden van legerarts Andrew MacPhail, het zwartgeblakerde terrein na de bestorming meer leek op een ‘ruwe zee die plotseling bevroren was en tot aarde geworden’ dan op een heuvel in Frankrijk.
kratersvimy
Na ons bezoek aan Vimy zijn we weer huiswaarts gereden, ons jaarlijks bezoek aan de slachtvelden in Frankrijk was weer voorbij. Volgend jaar hopen we weer terug te keren naar deze indrukwekkende plaatsen.
R.Cossee